Let it go

Een koppel dat na 20 jaar uit elkaar gaat en wederzijds aangeeft “we houden niet meer van ons” is verdrietig. Gelukkig gaan ze als goede vrienden uit elkaar en helpen ze elkaar nog steeds waar nodig.

Liefde is een werkwoord. Eraan blijven werken tot het moment komt dat je er alles aan hebt gedaan en elkaar dan toch moeten loslaten: het komt voor in relaties in de privé sfeer en natuurlijk ook in de zakelijke omgeving. 

Als je voelt dat de liefde wegvloeit in een relatie kun je verschillende dingen proberen zoals: praten, praten en nog eens praten (met hulp van een mediator of een relatietherapeut is aan te bevelen),  jezelf veranderen (zonder jezelf te verliezen) of experimenteren. Eigenlijk gebeurt hetzelfde in een zakelijke omgeving. Als jij niet blij bent met je manager kun je zwijgen maar dan verandert er niets, praten is dan stap één. Als je er samen niet uitkomt dan kun je hulp in roepen van HR of een coach als intermediair. Vergeet niet naar jezelf te luisteren want uiteindelijk is het vaak durven luisteren naar je hart: wat je graag wilt en hoe je blij wordt en daar acties aan verbinden.

Een manager die merkt dat zijn medewerker niet gelukkig is, moet in zijn functie ook soms de keuze maken om los te laten. Maar voordat een manager los laat, kan hij eerst nog op zoek naar manieren om vast te houden. Eerst kan hij kijken wat er aan de situatie kan veranderen. Het kan zijn dat de stijl van managen niet bij de medewerker past; probeer dan een andere stijl en geef niet te snel op. Dat is je rol en taak, om te zorgen dat je team groeit en blij is in de functies die ze vervullen. Geldt anderzijds ook voor de medewerker. Durf aan te geven of je in de juiste rol zit of niet. Vaak vinden medewerkers dit spannend omdat we dan bijvoorbeeld denken dat we “weg gebonjourd” worden.

 Als je het gevoel hebt dat je er niet uit gaat komen en dus niet gelukkiger kan worden op je huidige plek dan is het tijd om los te laten en op zoek te gaan naar iets anders. Het recept voor gelukkig maak jezelf en dat is voor iedereen anders. 

 

- Moniek van Rheenen-Schreurs